
“Wanneer het weer klopt,
komt er rust.”
In mijn vorige verhaaltje had ik het over autonomie en dingen ‘kloppend’ maken voor mezelf. Leek mij een mooi onderwerp om eens even uit te vergroten. Daarvoor ga ik in deze intro mijn moeder even gebruiken met een voorbeeldje. HOI MAM!
Als mijn moeder erachter komt dat ze per ongeluk iets niet heeft afgerekend bij de zelfscan terwijl de winkel al dicht is? Dan wil ze het liefst de hele nacht voor de deur gaan liggen totdat die weer opengaat. Doet ze niet, maar slapen kan ze ook niet, want haar geweten knaagt. Dus in plaats daarvan wil ze eigenlijk graag de hele avond naar de winkel bellen om de voicemail vol te brabbelen met haar oprechte excuses. Mag niet van ons, maar de drang om het direct op te lossen blijft. Net zolang totdat ze haar ‘schuld’ heeft afgelost.
Zo zijn er nog veel meer voorbeelden, maar waar het op neerkomt is dit: mijn mamsie is een van de liefste, eerlijkste mensen die ik ken. Hoef je niet van mij aan te nemen trouwens. Als je ooit het genoegen hebt om haar te ontmoeten, merk je het vanzelf wel.
Mijn moeder is bloedzuiver. Als er een hemel bestaat en zij komt er niet in, dan kan ik je garanderen dat ik het hele antwoordapparaat vol tetter en daar dag en nacht ga staan met mijn protestbordjes totdat de poortwachter zijn besluit herziet. Dat zou namelijk absoluut niet eerlijk zijn. KLOPT NIET!
Ik heb hier wel eens verklaard dat ik niet goed kan liegen. Heb ik grotendeels van mijn moeder geërfd. Nu is dat waar, maar ook weer niet. Maar goed, ik heb meerdere waarheden, dus dat klopt dan weer wel.
Ik heb namelijk één uitzondering. Ik kan wél jokkebrokken om dingen kloppend te maken en de waarheid boven tafel te krijgen. Daarmee houd ik het zuiver.
HUH, wat zeg je Elise?
Oké, oké. Nieuw voorbeeldje dan maar.
Slecht ter been
Laatst sleepte ik mijn moeder en zus mee naar een vintage markt waar ik al eerder was geweest. Ik reed, mijn zus zat naast mij en mijn moeder zat achterin.
Het was op een groot fabrieksterrein met echt een héle grote parkeerplaats. We kwamen aangereden en belandden gelijk in een rij voertuigen die stapvoets vooruitkwam. Het was nog best een eindje van de locatie af en verderop zagen we poppetjes in fluoricerende hesjes die een dagje parkeerhandhavers mochten spelen.
Wat ik raar vond, is dat de één gewoon door mocht rijden van de meneer en de ander zich om moest draaien om echt een takke-eind verderop te parkeren. Die man was, zonder te informeren, random mensen aan het doorlaten en weer terug aan het sturen.
Die parkeerplaats is absurd groot en ik wist al: dit klopt niet. Het is niet vol.
Het was onze beurt om te kijken of de parkeerpolitie ons gezellig genoeg vond om door te laten. Ik deed het raampje open en de meneer zei gelijk: ‘Het terrein is vol. Omdraaien.’ Misschien was hij anti-blond. Kan. We zaten met drie leuke blondies in die auto. Niet dom trouwens.
Waarop ik zonder blikken of blozen zei: ‘Mijn moeder is slecht ter been.’
De man keek op de achterbank naar mijn moeder — die vrouw die niet kan liegen en verstijfd in de auto zat vanwege mijn impulsieve actie — keek weer naar mij en zei: ‘Rijd maar door.’
Ik deed het raampje dicht, mijn zus en ik schoten in de lach en mijn moeder wilde me het liefst een draai om de oren geven, maar gelukkig reed ik en dat zou onverantwoord zijn. Dus riep ze alleen maar: ‘OHOOO, OHOOO, Lies, zo heb ik jou niet opgevoed!’
Eenmaal aangekomen op het terrein hoefde ik niks meer te zeggen. Je had daar nog prima een foodtruckfestival naast kunnen houden. Zóveel ruimte was er nog.
Ik keek naar mijn moeder en zei: ‘Sorry mams, je hebt helemaal gelijk. Ik mag niet liegen, maar die man begon!’
Waarop zij ook in de lach schoot en zei: ‘Ja, daar heb jij dan wel weer gelijk in.’
Leugentje om bestwil
Oké, bovenstaand voorbeeld slaat natuurlijk nergens op. Ik heb namelijk niks met mijn benen. Mijn moeder ook niet trouwens. Geen van ons was er minder van geworden als we een stukje verder moesten sjokken, maar mijn brein dacht daar die dag anders over.
Het is ook heel tegenstrijdig met wat ik eerder hier wel eens heb verkondigd: dat gelijk mij niet interesseert.
Dat klopt nog steeds. Alleen gaat dit niet over gelijk.
Het gaat over scheef.
Ook doe ik nu net alsof ik een leugentje om bestwil wel prima vind. Is niet helemaal waar.
Liegen zou namelijk overbodig moeten zijn en gelijk halen vind ik energieverspilling.
Soms krijg ik even kortsluiting. Dan blijft mijn hoofd zeggen: het klopt niet, het klopt niet, HET KLOPT NIET!
Mijn gewetensschakelaartje kan dan even op standje UIT schieten wanneer ik merk dat iemand met me loopt te fucken. Zodat ik heel even van het script af kan wijken.
Want er is iets waar ik nog slechter tegen kan, namelijk: wanneer iemand anderen niet als gelijken behandelt. Of wanneer onrecht een rol speelt.
Als iemand mij of anderen scheef behandelt, met halve waarheden smijt of net iets te enthousiast met macht loopt te schuiven, krijg ik een error. Vaak kan ik daar stilletjes van weglopen, maar soms flip ik de switch omdat ik het toch niet kan laten het weer even recht te trekken.
Ik kan het daarom op zo’n moment ook verantwoorden: ik loop mee in het spelletje dat een ander al is begonnen.
Tja, daar blijkt dat gecontroleerde knopje dus best handig voor te zijn. Zodat ik en anderen niet altijd degenen zijn die worden omgeleid.
Gebakken lucht
In principe kan ik natuurlijk alles aan mezelf verkopen, of kloppend maken. Als ik mezelf wijs wil maken dat ik echt de beste pannenkoekenbakster ter wereld ben, dan zullen er ongetwijfeld mensen zijn die dit geloven. Het ding is alleen dat ik het ook waar moet kunnen maken om het te onderbouwen. Want gebakken lucht verkopen is heel makkelijk. Je zegt iets, maar je hoeft er niks voor te doen. Enkel te overtuigen.
Zo tetter ik al heel lang dat ik een boek wil publiceren. Ik heb er ooit al eentje geschreven die ik nooit ga laten lezen, waardoor ik het nooit hard kan maken dat het er is. Ik ben aan een nieuwe begonnen, maar kreeg tussendoor een nieuwe baan waardoor de prioritering wat verschoof. En ik heb nog 23985402 concepten liggen die ergens liggen te verstoffen. Mijn geloofwaardigheid over het schrijven van een boek ligt inmiddels onderaan diezelfde conceptenstapel. Het enige bewijs van mijn schrijfsels dat ik heb, is dit gezwets op deze website.
Ik neem het niemand kwalijk als ik hierin niet meer serieus word genomen. Heb ik aan mezelf te danken. Het klopt niet met de realiteit.
En als je dingen kloppend wilt maken? Echt kloppend? Dan moet je pijnlijk eerlijk durven zijn. Vooral naar jezelf. Woorden zeggen niks als daden tegenspreken.
Analyse
Wat geestig is, is dat ik het een stuk makkelijker vind om in de spiegel te kijken en aan te wijzen wat er op fysieke wijze mis is met mij. Misschien te dik, rare neus, gekke bouw, etc. Er valt altijd wel wat te zeiken. Wat ik niet zie, kreeg eerder ook minder vaak de aandacht. Ik ken sowieso niemand die ’s ochtends wakker wordt en in de spiegel kijkt en denkt: Tjeez man, heb echt een verrot karakter.
Nu weet ik niet of iedereen dit kan, maar ik kan dus ook naar mijn binnenkant kijken. Zonder spiegel, maar vanaf een afstandje, alsof ik naar een ander personage kijk. Is eigenlijk heel vervelend trouwens. Alsof er in mijn hoofd een bloedirritante controleur met een klembordje en rode pen meeloopt die zegt: ‘Ja hallo Els, leuk verhaal weer, maar dit klopt dus voor geen meter hè. Wat een onzin.’
Zal ik wat verklappen? Ik ben daar een tijdje vrij obsessief in geweest. Ik heb de lat echt bizar hoog gelegd voor mijzelf. Alles ging ondersteboven en achterstevoren als het mezelf betrof. Ik vroeg me in de ochtend nog net niet af of het een bewuste keuze is dat ik eerst met mijn rechterbeen uit bed stap alvorens ik mijn linker bij zet. Misschien was andersom wel veel handiger? Wat zegt dit eigenlijk over mij? Ja, pfoh, stop it.
Dat poppetje moest echt even dimmen, want het was waanzinnig aan het mierenneuken. Er bestaat ook zoiets als overanalyseren. Mijn valkuil, want daar ben ik heel goed in. Het moest alleen even leren hoe dit in te zetten, want het is wel degelijk een kracht.
Gelukkig heb ik dus nieuw werk dat op mijn lijf is geschreven. Mensen denken wel eens dat ik niet meer reis. Wat (nu nog) feitelijk ook zo is, maar ik ga op werkdagen de hele wereld over. Mijn taak is om de hele levensloop van de persoon die tegenover mij zit in kaart te brengen. Vanaf de dag dat iemand is geboren tot aan het hier en nu.
Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar dat valt wel mee voor mij. Dit is eigenlijk exact wat ik al mijn hele leven doe. Nu word ik er alleen voor betaald, wat letterlijk een toffe bonus is.
In mijn rol ben ik Zwitserland. Mijn doel is helpen. Het enige wat ik hoef te doen is observeren en vragen stellen, waarop de ander antwoord geeft. Waar ik vervolgens naar luister, zonder oordeel. Er is geen goed of fout.
Het is alleen wél in je eigen voordeel als het overeenkomt met wat er zich toen feitelijk afspeelde.
Hoe meer dat uit elkaar ligt, hoe meer ik ga prikken. Totdat de tijd op is en de conclusie die overblijft is: dit klopt, of hier klopt geen reet van — maar jij blijft erbij. Prima.
Jouw verhaal, jouw gevolgen.
Mijn taak zit erop en ik laat het gaan.
Voor het leven getekend
Het is niet makkelijk om alles kloppend te maken voor jezelf. Ik weet dat als geen ander. Dit is een stukje van mijn waarheid: soms hebben we verschillende waarheden nodig omdat we er nog niet klaar voor zijn om het echte probleem of de realiteit onder ogen te komen. Dat is te confronterend of te pijnlijk. Dat lijkt niet te kloppen, maar het klopt wel. Voor een ander. Op dat moment.
Ik ga de vinger maar weer eens op de zere plek leggen met een van mijn beste voorbeelden. Moeten we even terug in de tijd, naar mijn eerste echte verkering. Toen wij al heel lang bij elkaar waren, vroeg hij aan mij of ik een stukje tekst uit een liedje wilde kiezen voor hem. Een boodschap van mij voor hem die hij in de vorm van een tattoo, in mijn handschrift, wilde vereeuwigen.
Het is op zich niet gek dat ik een liedje van James Blunt koos. Hij is een van mijn favoriete zangers en personen, want zijn humor en levensvibe is copy-paste die van mij. Ik heb er ook niet lang over na hoeven denken welke tekst het zou worden: ‘promise me you’ll walk along your own path no one else’s’.
Niet een standaard tekst, tussen twee liefjes. Maar voor degenen die mij al een beetje beter kennen, weten dat dit is waar ik heilig in geloof: kies je eigen pad, no matter what.
Klinkt heel zoetjes van mij hé? Totdat je het hele liedje beluistert. Het heet I Told You en het begint zo:
Smiling all along but I was fakin’
Each and every second I was breakin’
I said that I was numb but I was achin’ in my bones
The panic in my heart is hard to breathe through
This the kinda thing they never teach you
I never thought I’d ever have to leave you, on your own
Baby, take care of your heart
Every day that I’m not with you…
Jup, ik neem in dat liedje afscheid van hem. Terwijl ik toen nog bij hem was. Met de volle overtuiging dat ik met hem later heel oud zou worden en het verzorgingstehuis op de kop zou gaan zetten. Door middel van een rollatorrace en het verwisselen van kunstgebitten van vervelende knorrige zuurpruimpjes.
De reden dat ik dit liedje geschikt vond is omdat wanneer je mij vraagt om permanent een handtekening op je lijf te kalken, het óók moet kloppen.
Voor altijd.
Alle scenario’s meegerekend.
Die tekst gaf ik hem omdat dat is wat ik voor hem wilde: zijn gelukkigste leven, zelfs als ik er niet meer in voor kwam. Toen was het gewoon met de wetenschap dat één van ons misschien ooit in elkaar zou klappen met een hartmakker vanwege ouderdom tijdens het water geven van de geraniums.
Ik eiste trouwens nog meer kladruimte want ik wilde ook geen ruzie met Lana Del Rey. Dus ergens staat ook:
‘BANG BANG, KISS KISS’.
Geen idee waarom eigenlijk, maar XOXO van je little Venice Bitch of zo.
Maar onbewust was het ook meer dan dat.
We bleven nog jaren samen daarna, totdat het niet meer ging. Daden strookten niet met wat er werd gezegd. Er waren kleine signalen, al een tijdje, maar ik pikte ze niet op. Ik hield me vast aan woorden. Ik was het al die tijd die ergens voelde dat er iets niet klopte, maar hoopte dat het wel zo was omdat ik niet klaar was voor de waarheid.
Er is niks gelogen aan de intro van het liedje, want iedereen snapt hoe pijnlijk het is om iemand te verliezen als diegene definitief van ons wordt ontnomen door het lot. Ik wist toen nog niet dat het net zo pijnlijk kan zijn om iemand in hetzelfde leven kwijt te raken. Wanneer iemand nog rond dartelt op dezelfde aardbol en dus nog binnen je bereik is, maar ook weer niet. Die paniek is in het begin net zo’n paradox als ikzelf. Het verdooft je terwijl je intern moord en brand schreeuwt.
But here’s the thing. De reden waarom er hier zoveel verschillende waarheden staan:
…als het goed is groeien mensen. En als je ervoor openstaat, groeit de waarheid met je mee.
Dat wijkt misschien af van wat je eerder als waarheid verkocht, maar het verklaart waarom het toch niet helemaal goed voelde.
Rust
Ik kreeg en krijg vaak de reactie dat ik zo kalm reageer en blijf onder ‘ingewikkelde’ omstandigheden. Ook als het aan alle kanten rammelt. Zelfs als ik bijvoorbeeld besluit om stilletjes weg te lopen. Maar weet je hoe ik weet dat ik goed zit? Wanneer de onrust die ik voelde toen het zich afspeelde plaatsmaakt voor rust wanneer ik er afstand van neem. Zelfs al doet het pijn, het feit dat het voor mij weer klopt geeft (adem)ruimte. Wat overblijft is hoe ik het graag wil: het komt weer overeen — daden en woorden dragen en versterken elkaar. Ik kan weer vertrouwen zonder dat het knaagt.
Het is niet aan mij om iemand anders te overtuigen met een betoog. Het enige wat ik kan doen is de verschillen en inconsistenties aanwijzen, maar dat houdt een keer op. Dat geldt andersom net zo goed voor mij.
Ik heb geleerd om niet te blijven hangen in dingen die niet kloppen voor mij. Ik weet het namelijk niet beter dan een ander. Het enige wat ik weet is wat ik zie. Wat ik wel weet is dat wanneer ik uit beeld ben en ik zie iemand veranderen, ik niet op en neer stuiter van geluk omdat ik mogelijk ‘gelijk’ had. Het enige wat ik denk is: good for you dat je jouw pad bewandelt. Dat doe ik ook.
Sommige mensen liegen bewust. Sommige mensen liegen onbewust. Ze leven (tijdelijk) in een waarheid die ze nodig hebben om te kunnen blijven staan. Ook ik heb dat gedaan. Vaker dan me lief is. Totdat het de andere kant op sloeg waardoor ik hyperbewust werd van alles en iedereen om me heen. Overal een vraagteken achter zetten is absoluut niet gezond.
Dus kies ik nu ook bewust wat ik in het midden mag laten. Het hoeft voor mij niet perfect. Niet logisch. Ook niet altijd bloedzuiver.
Tot slot
Wat mij inmiddels een zen master maakt, is dat ik afstand bewaar bij scheve verhoudingen. Ik word er niet anders van maar ik laat alleen mensen echt binnen bij wie ik die rust kan bewaren.
Soms blijf ik stil, soms voel ik de drang om even een statement te maken. Omdat ik het nodig vind (of ik baldadig ben. Vind ik leuk). Mag je me een draai om de oren geven, maar helpt toch niet.
Het mag krom zijn en ik hoef er ook geen oordeel over te hebben, want elke steen omdraaien vind ik vermoeiend.
Ik ga nog steeds ooit een boek publiceren, maar dat hoef je niet van mij aan te nemen — zie je vanzelf wel een keer verschijnen.
Verder vind ik het een goed idee van mezelf om te denken dat ik nog steeds vrij weinig weet. Maar dan wel alleen als het om anderen gaat. Ik ken mezelf beter dan wie dan ook en iemand die dat in twijfel probeert te trekken, vind ik irritant.
En mocht je denken: die meid klopt niet?
Dan is mijn advies om uit de buurt te blijven ;-).