
“De deur is dicht voor publiek, open voor mensen.”
Herinner je je dit verhaaltje nog? ‘Game Over’, over Sjakie? Mocht je het hebben gemist: Sjakie wilde graag met mij schaken, alleen speelde Sjakie altijd vals. Daar houd ik niet zo van. En ondanks dat ik hem eventjes zijn gang liet gaan, heb ik Sjakie enorm laten schrikken.
Sjakie wist wel dat ik nooit iemand in de kaart speel. Had ook kunnen weten dat ik een geduchte tegenstander ben.
Sjakie vond mij ook niet zo leuk meer, want ik deed al heel lang allerlei dingen die niet helemaal de bedoeling waren. Eigenwijze draak dat ik ben, heb ik het zorgvuldige strategische plan finaal gedwarsboomd.
Waar ik Sjakie het meest mee in de weg zat, was toen ik in 2023 besloot terug te keren naar Nederland. Dat werd me ten alle tijden afgeraden, maar dat kon me vrij weinig schelen.
Had diegene kunnen weten dat er geen enkele powerpointpresentatie, stembureau of interventie in de wereld mij kan weerhouden om mijn eigen plan te trekken.
*Steekt tong uit.*
Wat al helemaal niet de bedoeling was, was dat ik terug zou keren naar de stad waarin ik ben opgegroeid — en toch gebeurde dat. ‘Damn it’, aldus Sjakie.
Niemand heeft het spelletje gewonnen, want zoals ik al schreef in dat verhaal: ik heb het hele schaakbord van tafel geflikkerd. Wat overbleef was de waarheid, de enige winst die er voor mij toe deed. Lullig voor Sjakie, want dat was precies de reden waarom ik weg moest blijven.
Sjakie en ik zien elkaar niet meer, en daar hebben we beiden onze redenen voor. Toch kruisen onze levens nog wel eens. En hoewel ik tegen strijdkampen ben, hebben we beiden onze eigen ‘medestanders’. Heel eerlijk? Eigenlijk vind ik dat wel praktisch. Want als je met Sjakies omgaat, dan neem ik afstand.
Sjakie is vaak in z’n voordeel ten opzichte van mij. Aan de buitenkant oogt de persoon beter, rijker, leuker misschien. Maar dat wordt verward met makkelijker en comfortabeler.
Mijn verhalen zijn daar het bewijs van, met misschien wel dit verhaal als kroonstuk.
Sjakie heeft geen grenzen.
Sjakie doet niet aan waarheid en verantwoording.
Sjakie is afhankelijk en durft niet alleen te zijn.
Sjakie weet niet wat echte liefde en waarde is.
Ik heb, kan en weet dat allemaal wel.
Het kan heel goed voorkomen dat mijn waarheid of verhaaltjes een gevoelige snaar raken. Eentje waarbij iemand zich aangesproken voelt. Dan is het makkelijker om het niet met mij eens te zijn en de kant van Sjakie te kiezen, want dan hoef je jezelf ook niet aan te kijken.
Ik gun iedereen gelijkgestemde mensjes in zijn of haar leventje, maar vanwege privacyredenen kan ik Sjakie helaas niet exposen. Ik weet het, dat is heel flauw, want ik weet zeker dat — indien je mij stom vindt — jullie het goed met elkaar zouden kunnen vinden.
En omdat ik weet hoe nieuwsgierige blikken werken, gaan we vandaag eens kijken naar wat er achter de schermen gebeurde de afgelopen jaren — en waarom ik deze week heb besloten om de digitale deuren te sluiten op mijn Instagram-account. Oftewel: waarom ik even ‘verdwijn’.
Oh ja, ook om uit te leggen dat Sinterklaas bestaat. Maar eigenlijk helemaal niet zo heilig is.
Zolang ik mij kan herinneren staan mijn socials al op openbaar en is alles publiekelijk zichtbaar. Alleen was ik nooit heel fanatiek met dingen delen op mijn eigen account.
Mijn eerste baan toen ik terugkwam in Nederland was in de gevangenis. Daarvoor had ik ’m twee jaar geleden even op privé gezet, om de risico’s die bij die functie horen te dimmen. Ze mochten best weten wat ik allemaal uitspookte en mij proberen te chanteren met dingen als: ‘Leg een nagelvijl onder mijn kussen, anders vertel ik iedereen dat je regelmatig wild plast tijdens je standaard bosroutewandeling.’
Maar het risico dat ze bij mijn familie of vrienden uitkwamen en gingen dreigen, leek me minder geinig.
Dat was van korte duur, want met grote boeven werken en zelf mentaal niet helemaal lekker gaan is niet de beste combi. Alle respect voor de mensen die wél dagelijks achter de gesloten muren verdwijnen, waar zich de Champions League van manipulatie en mindfuck-games afspeelt. Maakt buiging.
Anyway, toen ik daarmee was gestopt, gooide ik alles weer open. Geen idee waarom, maar ik begon mijn persoonlijke account dagelijks te gebruiken en te delen. Iedereen die wilde, mocht meekijken. Ontzettend veel succes. Mijn vallen, opstaan, mini-victories en wederopstanding nummer 384 — plus de overige onzin.
De archieven op Instagram kennen mijn leven beter dan sommige mensen die mij “goed” denken te kennen. Mij geheel bewust van het feit dat wat je online zet, voor altijd ergens rond blijft zweven.
Gelukkig heb ik zelf nog nooit spijt gehad van wat ik online heb geslingerd. Ook niet wanneer anderen met opgetrokken wenkbrauwen zaten te koekeloeren.
Bereik
Wat ik nooit deelde, was wat er achter de schermen gebeurde op mijn socials.
Ik zat destijds op een ander account. Ik denk dat ik door de jaren heen in volgers ben verdubbeld — goed voor een kleine 800 mensen. Op zich logisch, want ik leerde meer mensen kennen, mede doordat ik mijn vrijgezellige status kreeg en een stuk actiever werd.
Maar wat niemand zag, was dat er door de jaren heen stiekem een bizar aantal mensen meekeken. Aantallen die totaal niet in verhouding stonden tot mijn volgers, likes of reacties.
Ik heb hier ook al eens geschreven dat ik dat account afgelopen juni heb dichtgegooid. Toen ik dat deed, liet ik een gemiddelde van 90.000 weergaven over 30 dagen achter (mede doordat ik regelmatig werd gerepost door grote accounts). Jup, zoveel mensen bezochten mij blijkbaar.
Een van de motieven om dat account te sluiten, was omdat ik achter mijn eigen woorden wilde staan. Maar er was eigenlijk nog een reden — die later in dit verhaal vanzelf duidelijk wordt — want ik werd een beetje moe van.
Anyway, mijn verhuizing heb ik daar nooit kenbaar gemaakt. Ik ben gewoon van de ene op de andere dag gestopt met delen op dat account en verdergegaan op een ander. Mensen wisten niet waar ik uithing.
Ik ben inmiddels vier maanden verder en ik zit op 128 volgers. Vind ik helemaal prachtig, want het zijn vooral mensen die ook daadwerkelijk onderdeel zijn van mijn leven of waar ik echt wat mee heb.
Toen ik afgelopen week het slot erop pleurde en overging van een zakelijk naar een privé-account, liet ik 43.000 weergaven achter — zonder deelacties van anderen. Dat zijn bizar veel mensen die me weer hebben gevonden en meegluren met iemand die maar gewoon wat doet.
Het enige wat ik zeker weet, is dat 40% bekenden waren die dagelijks de omslachtige moeite namen om mijn naam in te tikken in de zoekbalk om te kijken of ik die dag nog ergens in een bos lag of een koprol in een rek aan het maken was. Waarvoor: dank voor de moeite.
Volgen
Vooral op mijn voorgaande account was het een komen en gaan van mensen die me wel een poging tot volgen deden. Maar al snel bleek ik niet aan de criteria te voldoen. Dat gedeelte snap ik wel, want je kijkt naar iemand die geen plan heeft.
Ik ga van gym naar filosofische quotes, van hobbelen in een bos naar tandenpoetsen. Random beelden en zo nu en dan een (onzin) verhaaltje — er is geen touw aan vast te knopen.
Wat je ziet, is een deel van mij, precies zoals het er op dat moment voor staat. Geen tips & tricks, maar gewoon een kijkje in het brein en leven van Elise.
Ik gebruik Instagram als een soort dagboek voor mezelf. Daarnaast vind ik het leuk om op de hoogte te blijven van mensjes die onderdeel zijn van mijn leven en daar applausjes voor te geven. Ondertussen kijk ik schattige panda-filmpjes, sla ik recepten op waar ik toch nooit wat mee doe, of vind ik andere coole dingen die me weer op ideeën brengen of een stukje slimmer maken.
En zo deel ik de hele dag hartjes, vlammetjes en duimpjes uit, tussen het delen van mijn eigen beelden door.
Ik doe niet aan volgen om het volgen trouwens. Als ik iets niet boeiend vind, dan skip ik dat. Niks persoonlijks — dan vind ik je niet onaardig ofzo.
Ik vind kiddo’s te gek, maar als ik de hele dag moet kijken naar welke rammelaar het lekkerst in de hand ligt, dan haak ik af. Heb ik niks aan.
We matchen daar gewoon niet lekker.
(inter)actie
Waar ik misschien wel de meeste mensen mee heb weggejaagd op mijn vorige account, is omdat verwachtingen niet helemaal op één lijn lagen. Ik snap heus dat socials Engels is voor “sociaal”, maar de meeste cryptische boodschappen daar snap ik geen zak van.
Vooral als vrijgezel heb ik dat meermaals grandioos verpest.
Ik maak zelf geen onderscheid tussen publiek of privé — ik beweeg hetzelfde.
En dat zorgt soms voor verwarring.
Ik krijg vooral reacties op stories: hartjes, vlammetjes, duimpjes. Vind ik echt he-le-maal lief.
In het begin ook licht zorgwekkend, want blijkbaar is dat soms ook flirten. Schrok ik me in het begin helemaal de pleuris van.
Als een vlammetje betekent “ik wil met jou naar bed”, een hartje “ik wil daten” en hart-oogjes “you are the love of my life”?
Dan heb ik per ongeluk interesse getoond in mijn tachtigjarige buurman én het zoontje van veertien van mijn collega. FUCK.
En het feit dat ik dat ook nog publiekelijk deed, baarde me nóg meer zorgen.
Ik stuur namelijk ook weleens zo’n kus-poppetje, en heel even was ik bang dat dat synoniem was voor een huwelijksaanzoek.
Gosh, wie had ik inmiddels allemaal verkering gevraagd?
Zat ik onbewust in een polygame relatie zonder het te weten?
Bovenstaande past trouwens perfect bij het echte leven: ik ben al vaker beschuldigd van “verliefd zijn” op iemand zonder dat ik er zelf iets van wist.
Blijkbaar is aardig doen en iemand iets te lang aankijken als vrijgezel al vragen om moeilijkheden. Zucht.
Naja, dat heb ik inmiddels allemaal rechtgezet.
Geloof me maar: als ik interesse in je heb of vlindertjes voel, dan weet jij dat als eerste.
Ik wacht niet in de hoop dat er een wonder gebeurt.
Andersom is lastiger.
Mijn standaardreactie is vaak gewoon: “bedankt.”
Ik ga er niet meteen vanuit dat iemand iets van mij wil — blijkbaar niet altijd het antwoord waarop men hoopt.
Maar je moet bij mij duidelijk zijn. Socials is wat anders dan een datingplatform.
Daar zijn andere apps voor.
Daar zit ik dus niet per se voor op Instagram.
Dat neemt niet weg dat iets kan ontstaan, maar dan moeten we wel communiceren met woorden.
Ik spreek geen emoticons.
Sidenote: vragen hoe het met me gaat, praten over het weer of een soort online interview houden, dat telt niet.
Dat soort gesprekken voer ik dagelijks met de caissière of op een bankje in het park.
Ik ben geïnteresseerd in bijna iedereen, maar kom wel to the point.
Of we verkering krijgen weet ik niet, maar dat is dan het risico.
Wat dat betreft ben ik een wandelende slaaptablet.
Koste me behoorlijk wat volgers. Geeft niet.
Aanbod achter de schermen
Ik snap het wel: achter de schermen is praktischer en veiliger.
Mocht je dan het idee hebben — wat ik blijkbaar vaak geef — dat je een blauwtje loopt, dan kun je iemand gewoon compleet in de digitale prullenbak tyfen en doen alsof die nooit bestaan heeft.
Wil je gerustgesteld worden? Ik heb ook heel wat blauwtjes op m’n naam staan.
Maar eerlijk: daar ga ik prima op. Dan is het tenminste duidelijk.
No hard feelings en door.
Wat me wél begon te irriteren, waren de groepjes mensen die alleen langskomen als er iets te halen valt.
Die memo is inmiddels wel aangekomen.
Ik sta waarschijnlijk op een zwarte lijst voor wie geen ego-schade wil oplopen, want ik heb al vaak de bons uitgedeeld.
Ik vind lama’s snoezig, maar als je in mijn gezicht spuugt haak ik af.
Komende voorbeelden voelen ongeveer zo.
De vrijgezellenrol
Wat betreft mijn vrijgezellenrol?
Ik kreeg echt vaak het aanbod van bezette mannen in mijn inbox of ik alsjeblieft op de reservebank plaats wilde nemen.
Het tussendoortje wilde zijn — zonder toestemmingsbrief van hun partner in het lunchtrommeltje.
Ik weet niet precies waarom ik me daar vereerd bij zou moeten voelen.
Er zullen vast redenen zijn waarom mensen dat normaal vinden: partner vergeet de appelmoes te vaak, is niet spannend meer, onaardig, ingewikkeld, jeugdtraumaatje speelt op of whatever.
Maakt me allemaal niet uit, want waar het mij om gaat is dat ík ook waarde heb — en dit gewoon een waardeloos aanbod is.
Dat soort mensen willen me meesleuren in hun eigen issues.
En ik heb ook wel eens issues, maar die los ik zelf op.
Als iemand anders mijn probleem is, dan ga ik daar over praten om de relatie-overeenkomst te herzien.
Waar ik géén behoefte aan heb?
Een ladder en pruik in de bosjes leggen zodat ik binnen gekaderde uren stiekem confrontatie-ontwijkende horizontale dansjes mag doen. Of naar Goeree-Overflakkee rijden om ongezien te bowlen met iemand die zogenaamd met “Henk” op pad is.
Ik héét Elise.
Ja, was ontzettend flauw van mij — we hadden het zo leuk kunnen hebben.
Uhu, ja wie weet werden we zelfs verliefd en mocht ik van de reservebank af en werd ik het hele menu. Nummer één, wow wat een eer.
Hmm, nee eigenlijk helemaal niet.
Moet ik de eerste de beste kerst een cursus communicatie onder de boom leggen in de hoop dat ikzelf nooit de appelmoes vergeet, waardoor de ander mogelijk achter mijn rug om op zoek gaat naar een nieuwe mij.
Slechte fundering.
Soms zag ik deze pogingen ook helemaal verkeerd hoor, volgens de ander.
Was het gewoon een grapje waar ik veel te veel achter zocht.
Was ik gewoon een gek, saai meisje zonder humor.
Hartstikke prima: ik heb een hele zee om in te zwemmen, jouw vijvertje kan (en wil) ik graag missen.
Ik noem verder nooit namen, dus ieders geheimpje is veilig.
Relevante volgers
In het grotere plaatje kreeg ik ook weleens wat meer likes of berichtjes wanneer er een voor hen relevant persoon in mijn netwerk bleek te zitten.
Tja, vriendjes met de juiste vriendjes is blijkbaar héél interessant.
Ik houd persoonlijk niet van clubjesgedoe. Ik ben geen groepsmens, en ik vind aan voorwaarden moeten doen om ergens bij te mogen horen niet leuk.
Daar word ik een dwarskikkertje van.
Maar ik ben wél een sociaal dier.
Via mijn sport, familie, vrienden, werk etc. kom ik wel eens mensen tegen het lijf waar ik mee in gesprek raak.
Ik lul gemakkelijk tegen jan en alleman.
Ik kan ook zomaar, als ik daar zin in heb, een berichtje sturen naar Frans Bauer.
Geen idee of hij daar op zit te wachten, maar als ik iets kwijt wil of wanneer hij iets grappigs zegt, reageer ik daar gewoon op.
Soms komt er een connectie uit, vaak ook niet — prima.
En omdat iemand anders mij leuk vindt, besluiten sommige mensen dan dat ik het ook maar moet zijn.
Gaan ze me volgen of berichten sturen in de hoop dat ik die ander dan ook leuk ga vinden ofzo? En dit vervolgens doorbrief?
Alsof ik een wekelijks agendapunt heb met wie er wel of niet relevant is.
Ik weet niet hoe dit werkt, maar ik kan je alvast verklappen: zo’n agenda bestaat niet.
Ik ga alleen om met echte mensen die zichzelf zijn.
Toevallig zijn dat vaak mensen die ook succesvol zijn — en dus invloed hebben.
Maar dat maakt ze niet heilig.
Ze hoeven mij niet te vertellen welk wasmiddel ik moet gebruiken of wie ik leuk moet vinden, en ik hen ook niet.
Als iemand een flapdrol blijkt, dan haak ik af.
Sterker nog: ik ben groot fan van Kraantje Pappie, maar als hij in het echt een lamlul blijkt, blijft onze relatie beperkt tot Spotify.
Ik kan hem best zeggen dat hij jou moet volgen hoor, maar volgens mij luistert hij niet — eigenzinnige draak.
Naja, hebben we dan in elk geval iets gemeen.
Anyway, waar het op neerkomt: ik ben gewoon ik, en het boeit me echt geen reet wie mij wel of niet volgt.
Als het daarvan afhangt, zijn wij elkaars type niet.
Verbergen = verwijderen
De social-media-statistieken schijnen sowieso nogal een dingetje te zijn.
Potverdikkie, wat is het spannend hoeveel volgers je hebt en vasthoudt.
Ik moet daar altijd om lachen, want vaak genoeg, als je er tussen scrolt, is het merendeel een stel bots: goed voor een getal, geen persoonlijkheid.
Of dan zie ik toevallig dat Truus Bert is gaan volgen, terwijl Truus laatst nog in de kleedkamer een tirade hield over wat voor loser hij wel niet is omdat hij een shirt draagt van Bert met Ernie erop.
(Precies de reden waarom ik hem wél zou mogen, want dat vind ik grappig.)
Naja, allemaal zelf weten hè.
Dat het belangrijk is om geen gezichtsverlies te lijden, weet ik maar al te goed.
Naast de zwarte lijst die er mogelijk bestaat, sta ik ook wel eens op de verbergen-lijst.
Dat houdt in dat iemand je wél volgt, maar ik zijn of haar content niet mag zien — of andersom.
Er zijn mensen die deze functie gebruiken, en daar kan ik heel kort over zijn: mag je doen.
Maar als ik erachter kom, dan maak ik de beslissing voor je: ik verwijder je als volger en ontvolg jou.
Ik noem dit het hypocrieten-knopje, want ik doe niet aan dingen verbergen.
Als je mij niet leuk vindt om te volgen, doe dat dan gewoon niet.
Als ik iets niet mag zien? Prima, dan kijk ik toch helemaal niet, *delete*
En dan zijn er nog mensen die blokkeren.
Doe ik ook.
Fantastisch knopje.
Alles wat energie zuigt? Hartstikke bannen.
Doe ik in real life ook: roep ik heel hard KSSST — wegwezen!
Fast forward
En nu zijn we ik weet niet hoeveel tijd verder. Een tikkie wijzer ook.
De afgelopen twee jaar heb ik niet stilgezeten, maar voor mijn gevoel wel stilgestaan in real life.
In december 2023 kreeg ik een huis aangeboden waar ik tijdelijk mocht wonen — in de stad waar ik ben opgegroeid.
Een plek die ik al vaker van plan was voorgoed achter me te laten, onder andere om naar het buitenland te vertrekken voor onbepaalde tijd.
Maar de deal was zó gunstig dat ik gek zou zijn om ‘m te laten schieten.
Het gaf me de tijd om weer op te bouwen, al bleek dat vooral stabiliseren te zijn.
Wat je (onder andere online) kon zien, was hoe ik spartelde met mijn eigen breinkronkeltjes en er tussendoor het beste van maakte — omringd door mijn lievelingetjes.
Zij zorgden ervoor dat ik niet verzoop.
Wellicht doe ik dingen wat anders dan de meesten, maar dat laten zien vond ik nooit moeilijk.
Daar mocht iedereen wat van vinden.
Met in mijn achterhoofd: je moest eens weten.
Niet alleen om wat hier op deze website staat, maar om het totaal verhaal.
Maar de tijd in dit huis zit er bijna op.
Drie weken geleden kwam ik iemand tegen die ik al heel lang niet had gezien.
Ongeveer twee jaar geleden, in dezelfde week dat ik weer officieel vrijgezel werd, kruisten we elkaars pad — iets wat mede door de socials een vervolg kreeg.
In korte tijd zagen we elkaar vaak, meer dan goed was voor ons allebei.
Het was een wazige periode voor ons beiden.
We begroetten elkaar, ik vroeg hoe het met hem ging — oprecht benieuwd.
Hij praat nog graag over die tijd, ik niet.
Niet uit moeite, maar omdat het verleden is en ik daar geen zin meer in heb.
Toen hij vroeg wat mijn plannen waren, kreeg hij als enige antwoord: weg.
Normaal gesproken heb ik geen problemen met delen, maar de laatste tijd wel.
Voor het eerst voel ik behoefte aan afstand.
Waar ik heen ga, doet er niet toe. Gaat sommigen zelfs helemaal niks aan.
De mensen die mij echt kennen weten dat ook.
Ik heb geen behoefte aan een bestemming, maar aan ruimte, mogelijkheden en ontdekken.
En zij weten ook: als het concreet wordt, neem ik ze overal in mee en naartoe.
Op dit moment heb ik vooral behoefte aan mensen die bewust durven te kiezen en ergens voor staan.
Mensen met lef.
De afgelopen jaren heb ik me prima vermaakt en ik kon er altijd om lachen, maar nu ben ik er flauw van.
Ik ben aan het afronden.
Dingen aan het afsluiten met de mensen die er voor mij écht toe doen.
Daarom zette ik het slot op mijn socials, zodat ik de volledige focus daarop kan hebben.
Niet als afwijzing, maar verdwijnend uit het zicht van het publiek dat mogelijk alleen maar komt om te halen.
Bewust
En mijn volgende stap is geen einde met de mensen die ik liefheb.
Maar alles draait straks wel 360 graden.
Er vallen veel spontane, maar ook vanzelfsprekende dingen weg.
Ik zou een ijskonijn zijn als ik zou zeggen dat dit me niks doet — daarom sta ik er bewust bij stil.
Nog even extra genietend van de CrossFit-box waar ik dagelijks te vinden ben, en ooit mijn kracht terugvond.
Waar ik m’n coach — aka een van m’n besties — leerde kennen, en nog heel veel andere leuke mensjes om me heen heb.
Van het standaard bakkie met mijn andere bestie, iedere donderdag bij ons favoriete eetcafé.
Tot de spontane dates in het weekend met vriendjes en vriendinnetjes.
Mijn ouders wonen nu om de hoek, en daar loop ik de deur regelmatig bij plat.
Soms kort voor een knuffel of gewoon om even te kijken hoe het gaat. Wat wel eens uitloopt in een logeerpartij.
Zij zijn mijn veilige haven.
Mijn oude slaapkamer was lange tijd de enige plek waar ik écht tot rust kon komen.
En dan mijn dagelijkse bosrondje — niet alleen omdat het daar mooi is, maar ook omdat dit de enige route is waarbij ik geen risico loop te verdwalen (ik kan niet navigeren en ben te snel afgeleid).
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Begin volgend jaar moet ik deze woning verlaten, maar dat interesseert me eigenlijk geen ene drol.
Het was nooit mijn huis, en zo heeft het ook nooit gevoeld.
Maar ik had hier wél een thuis — door alles hierboven.
Genezen
Ik neem wél definitief afscheid van alles wat niet meer bij mij hoort.
Hoe fijn ik deze plek ook vind — het knelt.
Ik pas er gewoon niet meer in.
Er zijn ook dingen die ik absoluut niet ga missen.
Vorige week liep ik nog langs m’n oude huisjes in het centrum, waar ik vóór mijn wereldreis woonde.
Daar liggen herinneringen waarvan ik niet goed weet wat ik ermee moet.
Het voelt een beetje zoals toen ik nog in Sinterklaas geloofde: te jong om beter te weten, en ik vond het — toen ik er nog in geloofde — helemaal mooi.
Totdat het allemaal een illusie bleek.
Daarmee verloor het z’n waarde in de vorm die het had.
Als ik er nu naar kijk is het enige wat ik denk: tja.
Laatst zei iemand tegen mij:
“Je bent genezen als je dat wat jou herinnert aan je grootste pijn boven je bed kunt hangen en er gewoon naar kunt kijken. Om het vervolgens te erkennen als een stukje van jou.”
Ik kan dat.
Er ligt iets in mijn slaapkamer dat me eraan herinnert, maar ik loop er negen van de tien keer gewoon voorbij.
Heel soms, voor het slapengaan, kijk ik er even bewust naar. Soms huil ik omdat het óók nog wel eens pijn doet.
Maar het houdt me niet meer wakker.
Wat zo lang duurde de afgelopen jaren, was niet het helen zelf, maar het herschrijven van de waarheid.
Ik moest een nieuw verhaal bouwen op de resten van iets dat bijna een leven lang meeging.
Dat voelde als een enorm gat waar je eerst volledig doorheen moest donderen, voordat je weer landt.
Inmiddels weet ik weer wat echt was: ik.
Sinterklaas
En of ik nou wil of niet, mensen die dit hebben meegemaakt of er lucht van kregen, komen altijd weer (via via) bij mij uit.
Vorige week nog. Een vrouw sprak zich uit over iets dat zeven jaar geleden is gebeurd. Een verhaal waarvan je zou denken dat ik van mijn stoel zou flikkeren, maar mij verbaast niks meer.
Ook daar speelde Sjakie een rol.
En de vraag die steeds terugkomt:
“Hoe dachten wij dat Sjakie Sinterklaas was? Terwijl anderen voor de cadeaus zorgden, en het masker er met de eer vandoor ging of het in eigen zak stak?”
Ik heb er allang niks meer mee te maken, maar ik zal voor eens en altijd het antwoord geven:
Als je iets maar lang genoeg volhoudt, wórd je het vanzelf.
Sjakie is de rol geworden en heeft mensen nodig om zichzelf in stand te houden.
Zolang anderen voor Sjakies blijven kiezen, blijft die leegte gevuld — met een illusie.
Makkelijker, comfortabeler, maar niet echt.
Sjakie ís Sinterklaas.
Niet als grap, maar als identiteit.
Een masker dat zich blijft herhalen.
Wanneer de façade breekt, vertrekt Sinterklaas gewoon naar een ander toneel, waar het riedeltje opnieuw begint — en uiteindelijk weer eindigt.
Dat stopt niet bij mij, het begon zelfs al voor ik in beeld was.
Want Sinterklaas gaat generatie op generatie door.
En hoe verder je er vanaf staat, hoe groter het spoor van ooit goedgelovigen wordt.
En het leidt niet naar Sinterklaas, maar altijd naar Sjakie.
Geloof me: Sjakie gaat zichzelf niet exposen, dat hoeft ook niet.
De vaste pieten doen het werk wel, zolang ze blijven staan naast de rol.
Eén pietje is al genoeg om de fantasie in leven te houden.
Het liefst iemand die het juiste voorbeeld geeft & een goed hart heeft.
Want met fel licht valt het donker minder op.
De mensen die erin trappen zijn niet dom, alleen geblindside.
Iets wat je niet ziet, kun je ook niet weten.
En dat is het verdrietige, maar wél de bikkelharde realiteit:
dat dit soort figuren bestaan. Alleen is het niet de goedheiligman/vrouw.
Kiezen
Het zal mij echt een zorg wezen wie waar voor kiest.
Maar het gevolg van niet kiezen is dat er soms vóór je wordt gekozen.
Het is de grootste angst van alle Sjakies in deze wereld dat iemand als ik een podium krijgt.
Of nog erger: dat er mensen zijn die geloven waar ik voor sta.
En ook al kies ik ervoor om mezelf nu even terug te trekken, de angst dat ik het alsnog win blijft voor hen.
Misschien nu nog wel meer, omdat de grip compleet wegvalt. ‘Wat doet ze? Wat zegt ze? Waar is ze?‘
En ik potverdikkeme als een frisbee keer op keer weer als reminder boven kom.
Misschien niet altijd in mijn eigen vorm, maar als een echo.
Wanneer er scheurtjes ontstaan in de poppenkast.
Wanneer het even echt stil is en niemand de stemmen kan dempen.
Dát is het moment waarop ik weer voorbij kom.
Waarschijnlijk met de conclusie dat ik het leven beter doe —
omdat eerlijkheid en echtheid het uiteindelijk wint.
Altijd.
Er komt vast weer een tijd dat ik het vol trots (van een afstand) publiekelijk laat zien ;-).
Tot slot
Geen idee wanneer je me weer ziet verschijnen op de socials — en ik zeg lekker ook niet waar ik dan mogelijk sta.
Misschien ben ik wel serveerster in Amsterdam. Misschien strandjutter in Azië.
Knuffel ik dagelijks met haaien in de Bahamas of heb ik een kippenboerderij in Appelscha.
Wie weet heb ik tegen die tijd een rijke koning aan de haak geslagen in Timboektoe. Of ben ik niet verder gekomen dan een potje tongworstelen met prins Carnaval in Brabant. Die eigenlijk timmerman is, maar dat doet er ook niet toe.
Wat ik in elk geval zeker weet: ik pak alles aan wat op m’n pad komt. Altijd in beweging, maar met één constante — ik blijf schrijven. Hier, of waar dan ook ter wereld.
En ergens, tussen al die verhalen door, ligt nog een droom te wachten die al een tijdje met me meeschrijft. Wie weet groeit dat ooit uit tot iets met een kaft en een inhoudsopgave. Maar zover is het nog niet. Eerst moet ik nog heel veel volop leven. Heb ik nog meer om over te schrijven 😉
Wat ik óók weet: waar ik terechtkom, kiest net zo hard voor mij als andersom. Het roept waarschijnlijk zelfs eerder dan ik: ‘hé jij daar, jij hoort bij mij.’
En ik weet dat, als het klopt en ik word overdonderd, ik verander in een zacht, verlegen meisje.
Normaal gesproken heb ik m’n woordje wel klaar, maar dan kan ik alleen nog vol overgave en met twinkel-oogjes bevestigend ‘ja’ knikken.
Want het is fantastisch dat ik zo goed kan lullen —
maar eigenlijk zeggen woorden vrij weinig als ze niet overeenkomen met daden.
Ik communiceer het best als ik niks hoef uit te leggen of te bevestigen.
Wie me kent, weet me te vinden.
De deur is dicht voor publiek, open voor mensen.
En mocht je me toch ooit willen uitdagen voor een spelletje?
Weet dan dat ik per ongeluk heb meegedaan op Champions League-niveau.
Los van de uitslag — I’ve learned from the best.
🎵 Graag wil ik dit verhaaltje eindigen met een liedje:
Dag Sinterklaasje, daa-haag, daa-haag… 🎵